De bibliotheek van De Hangende tuinen biedt een schat aan boeken over tuinen en Babylon.

Gilgamesj

Het Gilgamesj-epos is het eerste grote literaire werk. Het ontstond in het oude Mesopotamië met zijn wor­tels in Soe­me­rische verhalen over Gilgamesj (of Bilgames), de ver­god­de­lijkte koning van Uruk die ver­moe­de­lijk leefde in het begin van het derde millen­nium voor onze jaar­tel­ling. Rond 2100 v.Chr. be­ston­den er al losse Soe­me­rische gedichten over zijn helden­daden.

In de Oud-Babylonische periode (ca. 18e eeuw v.Chr.) werden deze verhalen sa­men­ge­smeed tot een lan­ger epos in het Akkadisch, de taal van de Babyloniërs. De meest complete variant is de Standaard-Babylonische of canonieke versie, die ergens tussen 1300 en 1000 v.Chr. werd samengesteld door de scribent Sîn-lēqi-unninni. Deze versie van ongeveer 4000 vers­regels vastgelegd op twaalf tabletten, naar de openingswoorden getiteld Ša naqba īmuru, “Hij die de diepte zag”, circuleerde eeuwenlang in de bibliotheken van Assyrië en Babylonië.

Voor de Babyloniërs betekende het epos meer dan een reeks avonturen. Zij be­schouw­den het als een belang­rijk literair en cultureel werk dat diepe vragen over de menselijke toestand be­han­del­de: vriendschap, de onvermijdelijkheid van de dood, en de waarde van menselijke prestaties, zoals de muren van Uruk. De zondvloed, een cen­traal on­der­deel in de zoek­tocht naar on­ster­fe­lijk­heid, ont­brak nog in de Soemerische versen. Gilgamesj, twee derde god en één derde mens, leert uit­ein­delijk dat ware on­ster­fe­lijk­heid ligt in wat men achterlaat – roem, werken en wijsheid – en niet in eeuwig fysiek door­leven. Het epos werd gekopieerd in scholen, bewaard in koninklijke bibliotheken en verspreid tot ver buiten Mesopotamië. Het weerspiegelde en vormde de Babylonische kijk op de menselijke conditie, de relatie tot de goden en de gren­zen van de macht.

In de 19e eeuw werd de originele tekst herontdekt. In de jaren 1840–1850 groeven de Britse archeoloog Austen Henry Layard en zijn assistent Hormuzd Rassam in de ruïnes van Nineveh (in het huidige Noord-Irak) de bibliotheek van de Assyrische koning Assurbanipal (7e eeuw v.Chr.) op. Duizenden kleitabletten en fragmenten vol spijkerschrift werden naar het British Museum in Londen gestuurd. Zij leverden een be­langrij­ke bijdrage aan de ont­cij­fe­ring van het spij­ker­schrift en aan ons begrip van de Ba­by­lo­nische cultuur, die, voort­bou­wend op de Soemerische, vorm gaf aan de Griekse cultuur waar wij op voort­bouwen.

De Proloog op het eerste tablet luidt:

Na deze introductie van de held van het verhaal duurt het niet lang voordat zijn medespeler ten tonele verschijnt:

Links

De Hangende Tuinen

Broeksestraat 64

4269 VD   Babyloniënbroek

06 - 11842877

info@dehangendetuinen.nl

Voorwaarden | © 2026